‘n Nieuw gezicht in de praktijk, Marielle

Per 1 januari 2018 heeft Cecile Teuwen-van Eijndhoven haar werk als diëtist neergelegd en gaat genieten van haar pensioen.

Ik, Marielle Zuidgeest, volg Cecile op binnen Diëtistenpraktijk Zeist. Hiertoe ben ik in oktober 2017 gestart om de praktijk, de collega’s, de verwijzers en een groot deel van de cliënten te leren kennen. In deze periode heb ik kunnen zien en meemaken wat een leuke maar met name professionele, gemotiveerde en gepassioneerde diëtisten er binnen de praktijk werkzaam zijn. Voor mij een voorrecht om hiervan deel uit te gaan maken.

Meer over mij

Mijn naam is Marielle Zuidgeest, ik ben getrouwd en wij hebben een zoon van 10 jaar. Ik houd van sporten, lekker eten, koken, bakken en het lezen van een goed boek.

In 1995 ben ik afgestudeerd als diëtist aan de Haagse Hogeschool. Ik ben begonnen als thuiszorg diëtist waarna ik in 2005 een eigen praktijk heb opgezet binnen een huisartsenpraktijk, waarbij ik 8 jaar nauw heb samengewerkt met huisartsen, praktijkondersteuners, fysiotherapeuten, andere disciplines.

Na een uitstapje van enkele jaren naar het buitenland is voor mij de tijd weer aangebroken om in een nieuw avontuur te stappen welke mij is geboden binnen Diëtistenpraktijk Zeist.

Waarom Voeding en Diëtetiek

Ik vind voeding een fascinerend onderdeel van de ‘geneeskunde’. Als diëtisten weten we al lang dat voeding preventief een belangrijke rol speelt bij het bevorderen van gezondheid en dat het daarnaast ook bijdrage kan leveren aan herstel bij ziekte en gezondheid. Gelukkig zien we dat steeds meer mensen, maar ook verwijzers deze wetenschap omarmen en gebruik maken van de expertise van de diëtist.

Wat het vak verder interessant maakt is dat voeding altijd in beweging is. Het lijkt de afgelopen jaren wel meer in beweging te zijn dan ooit tevoren! Zowel de inzichten als de informatie voorzieningen veranderen en hebben grote invloed op keuzes die gemaakt worden. Echter is dit allemaal wel zo positief en kan/wordt op basis van al deze informatie ook de juiste keuze gemaakt?

Het is mijn uitdaging om u in de ‘jungle’ van alle informatie, meningen, wetenschappelijke onderzoeken, dieet goeroes etc. helderheid te verschaffen en bovenal te laten zien dat voeding iets persoonlijks is. Wat bij de een gezond is, kan bij de ander juist de gezondheid in gevaar brengen. Een voedings- of een dieetadvies is dan ook niet een hap-klaar stukje, het is maatwerk waarbij zowel de adviezen als coaching in verandering van leefstijl en eetgewoonten dienen aan te sluiten bij het individu. Als diëtisten kunnen en willen wij u daar graag bij op weg helpen en in begeleiden.

Ervaring en interesses

Omdat mijn ervaringen met het werk altijd binnen de eerste lijn heeft gelegen heb ik ervaring bij de meest voorkomende klachten en ziektebeelden. Daarnaast ben ik gespecialiseerd in het behandelen van Coeliakie (glutenintolerantie). Naast mijn aspiranten lidmaatschap van het netwerk van diëtisten van de Nederlandse Coeliakie Vereniging, heb ik een zoon met Coeliakie.

Verder zie ik er naar uit om me zelf te blijven uitdagen in een vak dat in beweging is en blijft en me verder te ontwikkelen op diverse gebieden.  Al met al genoeg uitdagingen om aan te gaan.

Ik heb er zin in!!

 

Productverbetering; minder zout, suiker en verzadigd vet

In Europa is Nederland voorloper als het gaat om productverbetering. Het bedrijfsleven werkt samen met de overheid structureel en stapsgewijs aan het verlagen van zout, suiker en verzadigd vet in levensmiddelen. Al sinds 2006 wordt er gewerkt aan het verlagen van toegevoegd zout. Inmiddels is de hoeveelheid zout in Goudse 48+kaas verlaagd met 22%, in brood met 25% en sinds 2011 is de hoeveelheid zout in groenteconserven ongeveer 33% verminderd. Aan vleeswaren is gemiddeld 21%minder zout toegevoegd en het verzadigd vetgehalte is met 9% gedaald. Vanaf de oogst van 2017 voegen producenten geen suiker meer toe aan zomergroenten in pot of blik. Er wordt nog gewerkt aan het verminderen van toegevoegd zout, suiker en verzadigd vet aan o.a. soepen, sauzen, snacks, conserven, kant-en-klaar-maaltijden, toetjes, vla en yoghurts, zuiveldranken en frisdranken. In het Akkoord Verbetering Productsamenstelling (2014) zijn afspraken gemaakt tussen overheid en bedrijfsleven om het productaanbod in z’n geheel gezonder te maken, waarmee het kiezen van gezonde voeding makkelijker moet worden.

Natuurlijk is het mooi en heel goed dat de overheid toeziet op de kwaliteit van ons voedsel en helpt om de gezonde keuze gemakkelijker te maken. Maar de allerbelangrijkste, beslissende stap om gezonde voeding tot een dagelijkse gewoonte te laten zijn ligt toch echt bij ons zelf. Durf eens kritisch te kijken naar je eigen eet- en drinkgewoontes! Voor de meeste mensen is al snel méér dan enkele procenten verlaging van zout, suiker en vet te behalen door een kleine bewuste verandering in je gebruikelijke eetpatroon. De eerste stap naar gezonder eten begint bij de dagelijkse boodschappen, waarbij ‘vers’ nog altijd de beste keuze is.

zout

De gemiddelde Nederlander krijgt met de dagelijkse voeding zo’n 9 gram zout per dag binnen. Eigenlijk is 6 gram zout per dag voor een volwassene een gezonde hoeveelheid.

Het is niet goed om te veel zout binnen te krijgen. Dit zorgt voor een verhoogde bloeddruk en hangt samen met een grotere kans op hart- en vaatziekten en nierfalen.

Keukenzout is het bekendste zout in de voeding. De scheikundige naam is natriumchloride (NaCl); het bestaat voor 1/3 deel uit natrium en 2/3 deel uit chloride. Het mineraal natrium is belangrijk voor het regelen van de vochtbalans in het lichaam. Om die reden wordt aanbevolen om bij een hoge bloeddruk en hartfalen slechts 6 gram zout(dat wil zeggen ongeveer 2400 mg natrium) te gebruiken. Bij ernstig hartfalen en nierfalen mag je zelfs maar 3 gram zout per dag! Daarbij speelt  natuurlijk ook een rol hoeveel iemand eet (hoe groter de inname hoe hoger de kans is dat diegene ruim natrium binnenkrijgt).

Maar het is goed voor iedereen om niet te veel zout te eten. Gemiddeld zit 80% van het zout dat we binnenkrijgen in het eten en drinken dat we kopen in de winkel of in de horeca. De overige 20% van het zout voegen we toe bij het koken of aan tafel. Zout werkt smaak verhogend, maar ook kruiden en specerijen geven gerechten meer smaak. Kruiden en specerijen zijn geschikt om keukenzout te vervangen. Kies dan wel de enkelvoudige kruiden zoals peper, nootmuskaat, kurkuma, knoflookpoeder en paprikapoeder, want de kruidenmengsels zoals gehaktkruiden, vleeskruiden en viskruiden bestaan vaak voor ruim de helft uit zout!

Voorbeelden van producten met ruim natrium zijn: pizza(gemiddeld bevat 1 pizza van 300 gram 1500mg natrium), bouillonblokjes( 1 kop gewone bouillon bevat 980 mg natrium), ketjap ( 1 eetlepel ketjap van 15 gram bevat 600 mg natrium), 1 loempia van 150 gram bevat 920 mg natrium),1 klein zakje chips naturel van 40 gram bevat 220 mg natrium, kant- en klaar maaltijden en sauzen uit een pakje en nog vele andere vooral kant- en klaar producten.

Als we het vlees vervangen met een vegetarisch kant en klaar product zal de hoeveelheid natrium in de voeding worden verhoogd. Namelijk een stukje vlees van 75 gram zonder zout bevat 50 mg natrium. Een stukje vlees met zout van 75 gram bevat 350 mg natrium. Maar een vegetarische schnitzel van 120 gram bevat 520 mg natrium.

Hongergevoel; welke soort honger heb ik nu eigenlijk?

Wist u dat er verschillende soorten honger te onderscheiden zijn?

Wij hebben het hier niet over de honger door ernstig voedseltekort, ’n schrijnend probleem voor grote delen van de wereldbevolking. Maar over de vraag of je eigenlijk wel honger hebt als je gaat eten.

Weet waarom je eet! Aandacht en bewust zijn over welke soort honger je voelt kan helpen om je eetgewoonten te veranderen. Als je vaker eet terwijl je lichaam geen echte honger heeft raakt je lichaam uit balans. Met meer kennis over de soorten honger kun je onderscheid maken tussen de “echte honger” (maaghonger), waarbij je lichaam het signaal geeft dat er voeding nodig is om lichaam en geest goed te laten functioneren, en alle andere soorten honger. Enkele voorbeelden zijn:

Zintuigenhonger: zintuigen (oog, neus, oor, mond) vangen prikkels op die de eetlust opwekken zoals de geur van patat, het gebakje in de koelvitrine bij de bakker, het genot van zoet en vet in chocolade.

Luchthonger: lucht in je maag of darmen die zich verplaatst veroorzaakt rumoer en geluid

Afterparty-honger: als je een periode meer gegeten hebt dan normaal krijg je sneller weer trek. Door te weinig slaap en alcoholgebruik wordt dit hongergevoel nog sterker.

Valse honger: in onze hersenen wordt honger en dorst op dezelfde plek geregeld. Honger en dorstprikkels lijken erg op elkaar, waardoor men zich kan vergissen en gaat eten terwijl er eigenlijk alleen vocht nodig is.

Gewoontehonger: eten, niet omdat je honger hebt, maar omdat het zo is aangeleerd of zo ‘hoort’, of omdat iedereen het zo doet in bepaalde situatie of omgeving of bij traditie of ritueel.

Bij “echte honger” heeft je lichaam behoefte aan ‘n gezonde voedzame maaltijd. Bij dorst is altijd vocht nodig. Bij twijfel over je hongergevoel helpt het vaak om eerst een flink glas water te drinken. Met meer aandacht voor je eigen hongergevoel en meer bewust zijn over het gevoel van verzadiging is het makkelijker om eetgewoonten te veranderen.

 

Tarwegevoelig of glutenintolerant, wat is het verschil?

Het veelvuldig foutief gebruiken van de term glutenovergevoeligheid is opvallend. Wat zijn de verschillen nu eigenlijk tussen gluten en fructanan?

Gluten zijn de eiwitten in bepaalde graansoorten die verantwoordelijk zijn voor de stevige structuur van het deeg dat er mee gemaakt wordt. Mensen die coeliakie hebben, zijn overgevoelig voor gluten. Wanneer ze gluten eten zorgt hun immuunsysteem voor het beschadigen van de dunne darm. Mensen die geen coeliakie hebben maar wel opknappen van glutenvrij eten ervaren dat hun darmen minder hard hoeven te werken, hebben minder een opgeblazen gevoel en voelen zich over het algeheel gewoon lekkerder in hun vel. Maar of dat te maken heeft met de gluten… daar zijn de meningen over verdeeld. Door glutenvrij te eten knappen ze op, maar veel mensen blijven buikklachten houden. Bijvoorbeeld wanneer ze iets eten met ui, knoflook, watermeloen, spruitjes, bietjes en prei. Maar daar zitten helemaal geen gluten in…

Fructanen: Wat er wel in zit, dat zijn fructanen. Fructanen zijn specifieke korte ketens koolhydraten die ook in tarwe zitten, en in veel andere voedingsmiddelen, zoals die hierboven genoemd. Onze darmen kunnen de frunctanen niet afbreken. Voor de meeste mensen is dat geen enkel probleem, maar mensen met prikkelbare darmen kunnen hier veel klachten van krijgen. In glutenvrij eten zitten minder fructanen, vandaar dat er vaak gedacht wordt dat glutenvrij eten dé oplossing is. Maar dit klopt dus niet.

Het is ongelooflijk belangrijk om het verschil uit te zoeken of het tarwe eiwit het probleem is of de tarwe koolhydraat. In beide gevallen betekent dit een heel andere voeding.

’n Andere kijk op ontstaan van overgewicht, nieuwe inzichten

Overgewicht is nog steeds een van de grootste volksgezondheidsproblemen. In 2015 had

in Nederland 12% van de kinderen en 50% van de volwassenen overgewicht. Het blijkt dat kleine verschillen in de dagelijkse energie-inname ten opzichte van het verbruik van calorieën bij kinderen op de lange termijn zorgen voor het al dan niet ontwikkelen van overgewicht.

Wetenschappelijk onderzoek* naar risicofactoren die een rol spelen bij het ontwikkelen van overgewicht geeft nieuwe inzichten. Zo is gebleken dat genen een rol spelen bij overgewicht. Er zijn genetische verschillen tussen mensen ontdekt die bepalen in welke mate men het voedsel doelmatig kan afbreken, opslaan en uiteindelijk dus in welke mate men mogelijk overgewicht kan ontwikkelen. Overigens is het niet zo dat mensen met de genetische ‘aanleg’ voor overgewicht ook altijd overgewicht krijgen. Zij ontwikkelen het misschien makkelijker, maar uiteindelijk kunnen deze mensen door bewust gezond te eten en voldoende te bewegen ook overgewicht voorkomen.

Omgevingsfactoren blijken ook een belangrijke rol te spelen in het risico voor overgewicht. In een ongezonde dikmakende omgeving zoals supermarkten, kantines, maar ook in winkelstraten en stations is het een grote uitdaging om telkens weer de juiste maat te houden en gezonde keuzes te maken.

Een gezondere voedingsomgeving kan mensen helpen om de betere keuze te maken en min of meer onbewust gezonder te eten. Zo is afgelopen jaren ondermeer het aanbod van voeding op scholen verbeterd, waarbij de gezonde keuze makkelijker wordt gemaakt (‘nudging’).

Tegenwoordig is er veel informatie over voeding beschikbaar en wordt kennis en ervaring gedeeld via sociale media over de samenstelling van een gezond voedingspatroon. Maar in hoeverre is al die informatie en kennis betrouwbaar?! En wat kun je er zelf aan doen om je eigen voedingsomgeving te verbeteren? Een diëtist kan je verder helpen bij vragen over een gezond voedingspatroon in het algemeen en voor ieder persoonlijk.

*(Saskia van den Berg, RIVM, Tammenga-van den Berg SW.Diet and overweight.Epidemiological studies on intake, environment and genetics. PhD Thesis, Utrecht University. May 2016).

Vitamine D, zeker in de winter!

Ons hele leven lang hebben we vitamine D nodig. Vitamine D is niet alleen belangrijk voor sterke botten en tanden, maar is ook nodig voor het goed functioneren van spieren en zenuwen, voor de aanmaak van lichaamscellen, voor hormonen, bloedstolling, immuunsysteem en onze weerstand .

Ons lichaam kan zelf vitamine D aanmaken in de huid. Daarvoor is wel iedere dag zo’n 15 tot 30 minuten blootstelling van hoofd en handen nodig aan zonlicht met voldoende UV-straling. De meeste mensen komen in de winter onvoldoende in de zon. En in Nederland is de zon ’s winters niet krachtig genoeg om voldoende vitamine D in de huid aan te maken. Veel mensen hebben daarom juist in de winter en het voorjaar lagere vitamine D-spiegels in hun bloed. Vermoeidheid, verminderde weerstand, pijn in spieren en gewrichten en bloedend tandvlees kunnen symptomen zijn van een tekort aan vitamine D.

Sommige mensen hebben meer vit D nodig dan anderen. De Gezondheidsraad adviseert dagelijks 10 mcg vitD-suppletie voor kinderen tot en met 3 jaar, zwangeren, vrouwen vanaf 50 jaar, alle mensen met een getinte of donkere huidskleur en mensen die niet genoeg buiten komen. Iedereen vanaf 70 jaar wordt dagelijkse  20mcg vit D aanbevolen. Vitamine D3 (ofwel cholecalciferol) op oliebasis is de meest effectieve en de best opneembare vorm van vitD.

Vitamine D zit van nature vooral in vette vis zoals haring, makreel, paling, en zalm. En in mindere mate ook in eieren, lever, vlees, boter en volle melkproducten. Bovendien wordt in Nederland vit D industrieel toegevoegd aan halvarine, margarine en bak-en-braadproducten.

Zeker in de wintermaanden is aandacht voor voeding met voldoende vit D dus geen overbodige luxe.

Volvette zuivelproducten zijn niet zonder meer taboe.

witte-choc-zuivel-vetVolvette zuivelproducten zijn zeker niet zonder meer taboe.

In theorie kunnen we zonder zuivel toch een goede voeding gebruiken, maar dat valt in de praktijk tegen. Er is dan erg veel kennis van voeding nodig om alle voedingstoffen te vervangen.  Zuivel levert een belangrijke bijdrage aan voedingsstoffen zoals calcium ( kalk)  eiwit, vitamine B2, vitamine B6  en vitamine B12.  Zuivel is dan ook voor veel Nederlanders een onderdeel van de dagelijkse voeding.

Het goede nieuws is: op basis van de huidige kennis in de wetenschap, er geen bewijs is dat magere en halfvolle zuivel gezonder zou zijn dan volle zuivel. Het tegendeel is zelfs aangetoond! Met name de zure zuivelproducten zoals kwark en yoghurt, juist hiervan zou het goed zijn om deze in de volvette variant te gebruiken . Uit diverse onderzoeken  blijkt dat het ene verzadigd vet het andere niet is.  Zo is verzadigd vet uit vlees wel nadelig voor de gezondheid.

Natuurlijk is dit geen pleidooi om maar onbeperkt zuivel te gaan gebruiken, en dus ook de slagroom, crème fraiche kookroom per liter te verwerken in de maaltijden. Dit geldt voor alle voedingsmiddelen:. Immers: het is niet gezond om van iets gezonds te veel te eten.

Door Lightproducten gaan we juist meer eten!

Het eten van lightproducten zorgt niet voor minder overgewicht! Het tegendeel is waar; men gaat er alleen maar méér van eten! Dit blijkt uit wetenschappelijk onderzoek door de Rijksuniversiteit Groningen, onder leiding van hoogleraar P. Verhoef.

Het blijkt dat nadat mensen overstappen op de light variant, ze meestal meer van deze producten gaan eten. En als de light variant weer vervangen wordt door het originele voedingsmiddel blijft men vaak ook de grotere hoeveelheid eten, met alle gevolgen van dien.

Een product mag “light” genoemd worden als het ten opzichte van het gewone product minimaal 30% minder energie (kcal), vet of suikers bevat. In bijvoorbeeld light chips moet dus zeker 30% minder vet zitten dan in gewone chips. Maar dan begint de verwarring. Zo kan in light chips het vet vervangen zijn door bijvoorbeeld koolhydraten en/of eiwitten die ook energie leveren. Uiteindelijk kun je met die zak chips net zoveel calorieën binnenkrijgen als met gewone chips. Of zelfs meer, omdat minder vet minder snel verzadigt. Je bent dan geneigd om meer light-chips te eten dan die gewone chips. Een ander voorbeeld is light jam, waarin wel 30 % minder suiker zit dan in gewone jam. Maar de suiker kan deels vervangen zijn door een ander soort koolhydraat die wel calorieën levert. Deze light-jam levert dus niet een besparing op van 30% van de calorieën! Hetzelfde geldt voor producten als zero-ontbijtkoek en ovengebakken snacks.

Hieruit blijkt dat light eten zorgt voor verwarring. Deze producten suggereren dat je iets minder calorieën gebruikt. Maar we moeten ons bewust zijn van het psychologisch effect en van een ander verzadigingsgevoel, waardoor er vaak juist meer van wordt gegeten!

 

Wetenschappelijk onderzoek naar ondervoeding, wij doen mee!

Diëtistenpraktijk Zeist participeert in wetenschappelijk onderzoek van de Wageningen Universiteit, Afdeling Humane Voeding. Op 18 juli start de ProMo-studie onder leiding van Prof.Dr.Ir.L. de Groot, Hoogleraar Voeding van de Oudere Mens.

Ouder worden gaat vaak samen met een daling van het lichaamsgewicht en verlies van spiermassa. Het verlies van spiermassa betekent geringer uithoudingsvermogen, verminderde prestaties, verminderde zelfredzaamheid en verhoogde kans op ziekten. Uit onderzoek blijkt dat de opbouw van spiermassa bij ouderen minder goed en minder efficiënt gaat. Gelukkig zijn er mogelijkheden om met de juiste voeding het verlies van spiermassa te beperken en ook om spiermassa op te bouwen.

Doel van de ProMo-studie is te onderzoeken wat het effect is van twee verschillende energierijke en eiwitrijke drinkvoedingen op de spiermassa, spierfunctie, spierkracht, lichaamsgewicht en het algemeen fysiek functioneren bij een grote groep ouderen.  Gedurende 12 weken wordt van deelnemers verwacht dat zij naast hun gewone voeding twee maal per dag energierijke eiwitrijke medische voeding gebruiken (gratis beschikbaar). Bij start van het onderzoek wordt men één maal thuis bezocht. In 12 weken worden deelnemers drie keer in Wageningen uitgenodigd voor onderzoek. Zo nodig wordt voor vervoer gezorgd.

Ouderen vanaf 65 jaar met ondervoeding of risico op ondervoeding kunnen in aanmerking komen voor kostenloze deelname aan dit onderzoek, mits zij nu nog geen gebruik maken van energie- en eiwitrijke drinkvoedingsproducten (maar deze wel nodig hebben). De huisarts, praktijkondersteuner of ouderenverpleegkundige kan u naar onze praktijk verwijzen, maar als u zelf denkt tot de doelgroep te behoren neem dan ook gerust contact op via tel.030-6925717. De diëtist zal in eerste instantie beoordelen of men geschikt is voor deelname aan deze studie en geeft bij belangstelling graag toelichting over dit onderzoek. De definitieve selectie van deelnemers en het hele onderzoek wordt verder uitgevoerd door het onderzoeksteam van Wageningen Universiteit.

Als u bij ons in behandeling komt of al bent zal onze zorg ook gedurende de studie gewoon worden voortgezet. Met deelname aan deze studie leveren wij een belangrijke bijdrage aan wetenschappelijk onderzoek naar ondervoeding.